Naar de inhoud

peuren

wroeten, peuteren

peuren is meer dan één woord

peuren

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈpørə(n)

Betekenis

  1. wroeten, peuteren
  2. paling vissen met een peur
  3. vangen met een peur
  4. iets trachten te krijgen

Hoe spreek je peuren uit?

/ˈpørən/

Peuren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈpørən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
ø deur
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van peuren

peurenhele werkwoord — peurdeverleden tijd enkelvoud — peurdenverleden tijd meervoud — gepeurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik peur peurde
jij peurt peurde
hij, zij, het peurt peurde
wij peuren peurden
jullie peuren peurden
zij peuren peurden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gepeurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepeurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepeurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepeurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepeurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepeurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepeurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepeurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepeurd verleden tijd, deelwoord
gepeurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepeurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepeurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
peur gebiedende wijs
peurde verleden tijd
peure aanvoegende wijs
peurend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepeurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te peuren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen peuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gepeurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepeurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepeurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal peuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal peuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal peuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gepeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou peuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou peuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou peuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden peuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden peuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden peuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt peuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepeurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepeurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepeurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen peuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen peuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen peuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen peuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepeurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult peuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord peur

Herkomst

In de betekenis van ‘roeren, wroeten’ voor het eerst aangetroffen in 1539

Woordfamilie van peuren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepeurd voltooid deelwoord peuren
gepeurde woordvorm peuren
peurde verleden tijd peuren
peurden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon peuren
peure aanvoegende wijs peuren
peurend onvoltooid deelwoord peuren
peurende woordvorm peuren
peurt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon peuren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van peuren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over peuren

Hoe spreek ik peuren uit?
Zo spreek je peuren uit: /ˈpørə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van peuren?
Peuren is een werkwoord. De betekenis is: wroeten, peuteren. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik peuren?
Zo vervoeg je peuren zo: de tegenwoordige tijd is peur, de verleden tijd is peurde en het voltooid deelwoord is gepeurd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op peuren?

Peuren rijmt op 16 woorden op -euren; verscheuren, bespeuren en zeuren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op peuren, uitspraak ˈpørən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
verscheuren 3
bespeuren 3
zeuren 2
kleuren 2
uitentreuren 4
geuren 2
meuren 2
pleuren 2
fleuren 2
dennengeuren 4
deuren 2
eierlikeuren 5
fabrieksdirecteuren 6
kampersteuren 4
kerkdeuren 4
sportdirecteuren 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord peuren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. E 1
  3. U 4
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

peuren levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. E 1
  3. U 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

peuren telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

peuren in het kort

peuren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van peuren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort peuren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

peuren: wroeten, peuteren
Deel peuren — standaardnederlands.nl