schilderen
werkwoordBetekenis
- een kunstwerk vervaardigen door met verf een beeld op een oppervlak te maken
- een bouwwerk of voorwerp van een beschermend laag verf voorzien
werkwoord
- een bouwwerk of voorwerp van een beschermende laag verf voorzien transitive
Vervoeging van schilderen
schilderenhele werkwoord — schilderdeverleden tijd enkelvoud — schilderdenverleden tijd meervoud — geschilderdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schilder | schilderde |
| jij | schildert | schilderde |
| hij, zij, het | schildert | schilderde |
| wij | schilderen | schilderden |
| jullie | schilderen | schilderden |
| zij | schilderen | schilderden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geschilderd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geschilderd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geschilderd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geschilderd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geschilderd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geschilderd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geschilderd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geschilderd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geschilderd | verleden tijd, deelwoord |
| geschilderd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geschilderd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geschilderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geschilderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geschilderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geschilderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geschilderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geschilderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geschilderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschilderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schilder | gebiedende wijs |
| schilderde | verleden tijd |
| schildere | aanvoegende wijs |
| schilderend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geschilderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te schilderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen schilderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal schilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal schilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal schilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou schilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou schilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou schilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden schilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden schilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden schilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt schilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen schilderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen schilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen schilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen schilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult schilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘verven’ voor het eerst aangetroffen in 1485
Woordfamilie van schilderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schilderde | verleden tijd | schilderen |
| schilderden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | schilderen |
| schildere | aanvoegende wijs | schilderen |
| schilderend | onvoltooid deelwoord | schilderen |
| schilderende | woordvorm | schilderen |
| schildert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | schilderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schilderen zijn vastgelegd.