kijken
werkwoord ˈkɛikə(n)Betekenis
- met de ogen waarnemen
- ~ naar: gericht of met aandacht waarnemen met het oog
- ~ naar: een probleem onder ogen nemen (en er eventueel wat aan doen)
- iets ~
Hoe spreek je kijken uit?
/ˈkɛikən/
Kijken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛi | trein |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- iets onderzoeken
Vervoeging van kijken
kijkenhele werkwoord — keekverleden tijd enkelvoud — kekenverleden tijd meervoud — gekekenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kijk | keek |
| jij | kijkt | keek |
| hij, zij, het | kijkt | keek |
| wij | kijken | keken |
| jullie | kijken | keken |
| zij | kijken | keken |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gekeken | verleden tijd, deelwoord |
| gekeken te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekeken zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekeken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekeken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekeken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekeken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekeken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekeken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekeken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekeken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| keek | verleden tijd |
| kijk | gebiedende wijs |
| kijke | aanvoegende wijs |
| kijkend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekeken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kijken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘zien’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Woordfamilie van kijken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekeken | voltooid deelwoord | kijken |
| keek | verleden tijd | kijken |
| keekt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | kijken |
| keken | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kijken |
| kijke | aanvoegende wijs | kijken |
| kijkend | onvoltooid deelwoord | kijken |
| kijkende | woordvorm | kijken |
| kijkt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kijken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kijken zijn vastgelegd.