bekijken
werkwoord bəˈkɛikə(n)Betekenis
- ergens naar kijken
- ergens over nadenken
Hoe spreek je bekijken uit?
/bəˈkɛikən/
Bekijken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| k | kat |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bekijken
bekijkenhele werkwoord — bekeekverleden tijd enkelvoud — bekekenverleden tijd meervoud — bekekenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bekijk | bekeek |
| jij | bekijkt | bekeek |
| hij, zij, het | bekijkt | bekeek |
| wij | bekijken | bekeken |
| jullie | bekijken | bekeken |
| zij | bekijken | bekeken |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bekeek | verleden tijd |
| bekeken | verleden tijd, deelwoord |
| bekeken te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bekeken te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bekeken te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekeken te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekeken te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekeken worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bekeken zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bekeken zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekeken zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekeken zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekijk | gebiedende wijs |
| bekijke | aanvoegende wijs |
| bekijkend | onvoltooid, deelwoord |
| ben bekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bekeken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bekeken | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bekeken | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bekeken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bekeken worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bekeken zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bekeken worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bekeken zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bekeken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bekeken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bekeken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bekeken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bekeken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bekeken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bekeken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bekeken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bekijken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bekeken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bekijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bekeken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bekeken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bekeken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bekeken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bekeken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bekeken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bekeken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bekeken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bekeken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bekeken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bekeken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bekeken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bekeken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bekeken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bekeken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bekeken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bekeken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bekeken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bekeken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bekeken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bekeken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekeken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bekeken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekeken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bekijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bekijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bekijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bekeken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekeken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bekeken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekeken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekeken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekeken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bekijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bekijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bekijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekeken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bekeken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bekeken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekeken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bekeken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bekeken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bekijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bekijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bekeken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bekeken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bekijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekeken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bekeken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bekeken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekeken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bekeken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bekeken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bekijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bekijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bekijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bekeken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bekeken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bekijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afleiding van kijken met het voorvoegsel be-.
Woordfamilie van bekijken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bekeek | verleden tijd | bekijken |
| bekeken | voltooid deelwoord | bekijken |
| bekijke | aanvoegende wijs | bekijken |
| bekijkend | onvoltooid deelwoord | bekijken |
| bekijkende | woordvorm | bekijken |
| bekijkt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bekijken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bekijken zijn vastgelegd.