bereiken
werkwoord /bə'rɛɪkən/Betekenis
- fysiek het doel halen
- het informeren van personen
- een bepaald doel verwezenlijken, halen
Hoe spreek je bereiken uit?
/bəˈrɛikən/
Bereiken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| k | kat |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bereiken
bereikenhele werkwoord — bereikteverleden tijd enkelvoud — bereiktenverleden tijd meervoud — bereiktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bereik | bereikte |
| jij | bereikt | bereikte |
| hij, zij, het | bereikt | bereikte |
| wij | bereiken | bereikten |
| jullie | bereiken | bereikten |
| zij | bereiken | bereikten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bereik | gebiedende wijs |
| bereike | aanvoegende wijs |
| bereikend | onvoltooid, deelwoord |
| bereikt | verleden tijd, deelwoord |
| bereikt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bereikt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bereikt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bereikt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bereikt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bereikt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bereikt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bereikt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bereikt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bereikt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bereikte | verleden tijd |
| er is bereikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bereikt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bereikt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bereikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bereikt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bereikt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bereikt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bereikt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bereikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bereikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bereikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bereikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bereikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bereikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bereikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bereikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bereiken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bereikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bereiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bereikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bereikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bereikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bereikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bereikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bereikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bereikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bereikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bereikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bereikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bereikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bereikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bereikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bereikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bereikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bereikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bereikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bereikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bereikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bereikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bereiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bereiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bereiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bereikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bereikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bereikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bereikt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bereikt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bereikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bereiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bereiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bereiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bereikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bereikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bereikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bereikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bereikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bereikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bereiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bereiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bereiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bereikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bereikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bereikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bereikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bereikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bereikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bereiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bereikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bereikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bereiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bereiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bereiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bereiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bereikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bereikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bereikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bereikt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bereikt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bereikt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bereiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bereikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bereikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bereikt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘aankomen’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Woordfamilie van bereiken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bereike | aanvoegende wijs | bereiken |
| bereikend | onvoltooid deelwoord | bereiken |
| bereikende | woordvorm | bereiken |
| bereikt | voltooid deelwoord | bereiken |
| bereikte | verleden tijd | bereiken |
| bereikten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bereiken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bereiken zijn vastgelegd.