Naar de inhoud

blijken

uit iets duidelijk (geworden) zijn

blijken is meer dan één woord

blijken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈblɛikə(n)

Betekenis

  1. uit iets duidelijk (geworden) zijn
  2. ~ te zijn uit iets duidelijk (geworden) zijn
  3. naar buiten zichtbaar laten worden

Hoe spreek je blijken uit?

/ˈblɛikən/

Blijken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈblɛikən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
l land
ɛi trein
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van blijken

blijkenhele werkwoord — bleekverleden tijd enkelvoud — blekenverleden tijd meervoud — geblekenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik blijk bleek
jij blijkt bleek
hij, zij, het blijkt bleek
wij blijken bleken
jullie blijken bleken
zij blijken bleken
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben gebleken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebleken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bleek verleden tijd
blijk gebiedende wijs
blijke aanvoegende wijs
blijkend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gebleken verleden tijd, deelwoord
gebleken te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebleken zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is gebleken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebleken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te blijken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gebleken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen blijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebleken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebleken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebleken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebleken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebleken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebleken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebleken voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal blijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal blijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal blijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebleken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebleken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebleken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebleken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gebleken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebleken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebleken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebleken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou blijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou blijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou blijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebleken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebleken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebleken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden blijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden blijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden blijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebleken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebleken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebleken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt blijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebleken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen blijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen blijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen blijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen blijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebleken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebleken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebleken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult blijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebleken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord blijk

Herkomst

In de betekenis van ‘aan den dag komen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265

Woordfamilie van blijken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
blijkend onvoltooid deelwoord blijken
blijkende woordvorm blijken
blijkt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon blijken
gebleken voltooid deelwoord blijken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blijken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over blijken

Hoe spreek je blijken uit?
De uitspraak van blijken is: /ˈblɛikə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent blijken?
Blijken is een werkwoord. Het woord betekent: uit iets duidelijk (geworden) zijn. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je blijken?
Je vervoegt blijken als volgt: de tegenwoordige tijd is blijk, de verleden tijd is bleek en het voltooid deelwoord is gebleken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op blijken?

In dit woordenboek rijmen 25 woorden op -ijken op blijken, zoals kijken, bereiken en vergelijken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op blijken, uitspraak ˈblɛikən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
kijken 2
bereiken 3
vergelijken 4
bekijken 3
bezwijken 3
ijken 2
eiken 2
praktijken 3
prijken 2
omdijken 3
zeiken 2
ontwijken 3
afluisterpraktijken 6
martelpraktijken 5
achterdijken 4
babylijken 4
boilerroompraktijken 6
gijken 2
herbekijken 4
matchfixingpraktijken 6
overdijken 4
villawijken 4
wintereiken 4
witwaspraktijken 5
zomereiken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord blijken is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. L 3
  3. I 1
  4. J 4
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

blijken levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 118 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. L 3
  3. I 2
  4. J 4
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 18 zonder bonus
  9. 118 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

blijken telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

blijken in het kort

blijken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van blijken zijn 34 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort blijken bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

blijken: uit iets duidelijk (geworden) zijn
Deel blijken — standaardnederlands.nl