Naar de inhoud

zeiken

veelvuldig en langdurig klagen over weinig belangrijke zaken

zeiken

werkwoord ˈzɛikə(n)

Betekenis

  1. veelvuldig en langdurig klagen over weinig belangrijke zaken
  2. urineren
  3. stortregenen

Hoe spreek je zeiken uit?

/ˈzɛikən/

Zeiken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈzɛikən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
z zon
ɛi trein
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. soms urineren transitive, unergative
  2. hard regenen, stortregenen impersonal, informal

Vervoeging van zeiken

zeikenhele werkwoord — zeekverleden tijd enkelvoud — zeiktenverleden tijd meervoud — gezeiktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zeik zeek
jij zeikt zeek
hij, zij, het zeikt zeek
wij zeiken zeikten
jullie zeiken zeikten
zij zeiken zeikten
Alle 96 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gezeikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gezeikt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gezeikt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gezeikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gezeikt impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gezeikt impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gezeikt impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gezeikt impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gezeikt actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezeikt actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezeikt verleden tijd, deelwoord
gezeken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezeken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezeken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
gezeken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
gezeken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
gezeken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
gezeken verleden tijd, deelwoord
gezeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
gezeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
gezeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
gezeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
gezeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
gezeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
gezeken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
gezeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
gezeken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
gezeken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
gezeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
gezeken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
gezeken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezeken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
gezeken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
gezeken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
gezeken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
gezeken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezeikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezeikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezeikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezeikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezeikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezeikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezeikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezeikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezeikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezeikt verleden tijd, deelwoord
hebben gezeikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezeikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezeikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt gezeikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezeikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezeikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezeikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zeiken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zeiken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezeikt voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezeikt voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezeikt voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zeiken toekomende tijd
zal zeiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zeiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zeiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zeek verleden tijd
zeik gebiedende wijs
zeike aanvoegende wijs
zeikend onvoltooid, deelwoord
zeikt tegenwoordige tijd
zeikte verleden tijd
zou voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezeikt voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezeikt voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezeikt voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zeiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zeiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zeiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezeikt voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezeikt voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezeikt voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zeiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zeiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zeiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezeikt voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zeiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezeikt voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezeikt voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezeikt voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zeiken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zeiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zeiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zeiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gezeikt voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zeiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

van Middelnederlands seiken, verdere etymologie onduidelijk; wel zijn er verwante woorden in diverse Indo-Europese talen. In de betekenis van ‘plassen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Woordfamilie van zeiken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezeikt voltooid deelwoord zeiken
gezeikte woordvorm zeiken
gezeken active, infinitive, voltooid, tegenwoordige tijd, short-form zeiken
zeike aanvoegende wijs zeiken
zeikend onvoltooid deelwoord zeiken
zeikende woordvorm zeiken
zeikt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zeiken
zeikte verleden tijd zeiken
zeikten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zeiken
zeken aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zeiken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zeiken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over zeiken

Hoe spreek ik zeiken uit?
Zo spreek je zeiken uit: /ˈzɛikə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van zeiken?
Zeiken is een werkwoord. De betekenis is: veelvuldig en langdurig klagen over weinig belangrijke zaken. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik zeiken?
Zo vervoeg je zeiken zo: de tegenwoordige tijd is zeik, de verleden tijd is zeek en het voltooid deelwoord is gezeikt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op zeiken?

In dit woordenboek rijmen 25 woorden op -ken op zeiken, zoals kijken, bereiken en vergelijken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op zeiken, uitspraak ˈzɛikən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
kijken 2
bereiken 3
vergelijken 4
bekijken 3
bezwijken 3
blijken 2
ijken 2
eiken 2
praktijken 3
prijken 2
omdijken 3
ontwijken 3
afluisterpraktijken 6
martelpraktijken 5
achterdijken 4
babylijken 4
boilerroompraktijken 6
gijken 2
herbekijken 4
matchfixingpraktijken 6
overdijken 4
villawijken 4
wintereiken 4
witwaspraktijken 5
zomereiken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zeiken is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. E 1
  3. I 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zeiken levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. E 1
  3. I 2
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zeiken telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

zeiken in het kort

zeiken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van zeiken staan er 49 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort zeiken bij een woordfamilie van 10 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

zeiken: veelvuldig en langdurig klagen over weinig belangrijke zaken
Deel zeiken — standaardnederlands.nl