Naar de inhoud

vergelijken

de overeenkomsten en verschillen van twee zaken in beschouwing nemen

vergelijken is meer dan één woord

vergelijken

werkwoord, zelfstandig naamwoord vərɣəˈlɛikə(n)

Betekenis

  1. de overeenkomsten en verschillen van twee zaken in beschouwing nemen

Hoe spreek je vergelijken uit?

/vərxəˈlɛikən/

Vergelijken bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /vərxəˈlɛikən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
x acht
l land
ɛi trein
k kat
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van vergelijken

vergelijkenhele werkwoord — vergeleekverleden tijd enkelvoud — vergelekenverleden tijd meervoud — vergelekenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vergelijk vergeleek
jij vergelijkt vergeleek
hij, zij, het vergelijkt vergeleek
wij vergelijken vergeleken
jullie vergelijken vergeleken
zij vergelijken vergeleken
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vergeleken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vergeleken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vergeleken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vergeleken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vergeleken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vergeleken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vergeleken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vergeleken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vergeleken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vergeleken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vergeleken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vergeleken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vergeleken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vergeleken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vergeleken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vergeleken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vergeleken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vergeleken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vergeleken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vergeleken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vergeleken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vergeleken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vergeleken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vergeleken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vergeleken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vergeleken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vergeleken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vergeleken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vergelijken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vergelijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergeleek verleden tijd
vergeleken verleden tijd, deelwoord
vergeleken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vergeleken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vergeleken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergeleken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergeleken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergeleken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vergeleken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vergeleken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vergeleken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vergeleken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vergelijk gebiedende wijs
vergelijke aanvoegende wijs
vergelijkend onvoltooid, deelwoord
waart vergeleken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vergeleken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vergeleken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vergeleken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vergeleken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vergeleken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vergeleken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vergeleken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vergeleken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vergeleken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vergeleken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vergeleken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vergeleken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vergeleken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vergeleken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vergeleken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vergeleken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vergeleken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vergeleken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vergeleken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vergeleken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vergeleken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vergeleken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vergeleken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vergeleken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vergeleken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vergeleken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vergelijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vergelijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vergelijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn vergeleken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vergeleken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vergeleken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vergeleken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vergeleken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vergeleken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vergeleken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vergeleken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vergeleken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vergeleken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vergeleken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vergeleken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vergeleken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vergelijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vergelijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vergelijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden vergeleken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vergeleken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vergeleken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergeleken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vergeleken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vergeleken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergeleken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vergeleken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vergeleken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergelijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vergelijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vergelijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt vergeleken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vergeleken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vergeleken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vergelijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen vergeleken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vergeleken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vergeleken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vergeleken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vergeleken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vergeleken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vergeleken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vergeleken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vergeleken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vergelijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vergelijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vergelijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vergelijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult vergeleken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vergeleken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vergeleken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vergelijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord vergelijk

Herkomst

Afgeleid van gelijken met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van vergelijken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vergeleek verleden tijd vergelijken
vergeleken voltooid deelwoord vergelijken
vergelijke aanvoegende wijs vergelijken
vergelijkt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vergelijken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vergelijken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vergelijken

Hoe spreek je vergelijken uit?
De uitspraak van vergelijken is: /vərɣəˈlɛikə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent vergelijken?
Vergelijken is een werkwoord. Het woord betekent: de overeenkomsten en verschillen van twee zaken in beschouwing nemen.
Hoe vervoeg je vergelijken?
Je vervoegt vergelijken als volgt: de tegenwoordige tijd is vergelijk, de verleden tijd is vergeleek en het voltooid deelwoord is vergeleken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op vergelijken?

Op vergelijken rijmen 25 woorden, onder andere kijken, bereiken en bekijken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op vergelijken, uitspraak vərxəˈlɛikən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
kijken 2
bereiken 3
bekijken 3
bezwijken 3
blijken 2
ijken 2
eiken 2
praktijken 3
prijken 2
omdijken 3
zeiken 2
ontwijken 3
afluisterpraktijken 6
martelpraktijken 5
achterdijken 4
babylijken 4
boilerroompraktijken 6
gijken 2
herbekijken 4
matchfixingpraktijken 6
overdijken 4
villawijken 4
wintereiken 4
witwaspraktijken 5
zomereiken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vergelijken is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. I 1
  8. J 4
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vergelijken levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. I 2
  8. J 4
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 25 zonder bonus
  13. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vergelijken in het kort

vergelijken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van vergelijken zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vergelijken bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vergelijken: de overeenkomsten en verschillen van twee zaken in beschouwing nemen
Deel vergelijken — standaardnederlands.nl