kijker
zelfstandig naamwoord ˈkɛikərBetekenis
- iemand die naar iets kijken|kijkt
- een optisch instrument waarmee men ver verwijderde taferelen vergroot en/of helderder kan zien; in de astronomie ook toegepast voor het waarnemen van straling in het onzichtbare frequentiespectrum
- oog, in de betekenis van (lichaamsdeel voor) visuele waarneming
Hoe spreek je kijker uit?
/ˈkɛikər/
Kijker bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛi | trein |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die naar iets kijkt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kijkers | meervoud |
| kijkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kijkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van kijken met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van kijker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kijkers | meervoud | kijker |
| kijkertje | verkleinwoord | kijker |
| kijkertjes | verkleinwoord meervoud | kijker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kijker zijn vastgelegd.