horst
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een hooggebleven of omhooggedreven stuk land omgeven door afgeschoven slenken
- het nest van een roofvogel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| horsten | meervoud |
| horstje | verkleinwoord, enkelvoud |
| horstjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘roofvogelnest’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1547
Woordfamilie van horst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| horsten | meervoud | horst |
| horstje | verkleinwoord | horst |
| horstjes | verkleinwoord meervoud | horst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van horst zijn vastgelegd.