Naar de inhoud

grillen

bruinen en braden op een open rooster (grill) boven een warmtebron

grillen is meer dan één woord

grillen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɣrɪlə(n)

Betekenis

  1. bruinen en braden op een open rooster (grill) boven een warmtebron

Hoe spreek je grillen uit?

/ˈxrɪlən/

Grillen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈxrɪlən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
x acht
r rood
ɪ pit
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van grillen

grillenhele werkwoord — grildeverleden tijd enkelvoud — grildenverleden tijd meervoud — gegrildvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gril grilde
jij grilt grilde
hij, zij, het grilt grilde
wij grillen grilden
jullie grillen grilden
zij grillen grilden
Alle 64 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
[A] grillen canonical
er is gegrild impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegrild impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegrild impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegrild impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegrild worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegrild zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegrild worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegrild zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gegrild verleden tijd, deelwoord
gegrild te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegrild zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gril gebiedende wijs
grilde verleden tijd
grille aanvoegende wijs
grillend onvoltooid, deelwoord
had gegrild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegrild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegrild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegrild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegrild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegrild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegrild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegrild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegrild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegrild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegrild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegrild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegrild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegrild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegrild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te grillen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegrild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen grillen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gegrild hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegrild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegrild hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal grillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal grillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal grillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gegrild hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegrild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegrild hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou grillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou grillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou grillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegrild hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegrild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegrild hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden grillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden grillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden grillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegrild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt grillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegrild hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegrild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegrild hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen grillen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen grillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen grillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen grillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegrild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult grillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

werkwoord

  1. huiveren van kou of angst unergative
  2. kwaad zijn unergative

Vervoeging van grillen

grillenhele werkwoord — grildeverleden tijd enkelvoud — grildenverleden tijd meervoud — gegrildvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gril grilde
jij grilt grilde
hij, zij, het grilt grilde
wij grillen grilden
jullie grillen grilden
zij grillen grilden
Alle 64 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
[B] grillen canonical
er is gegrild impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegrild impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegrild impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegrild impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegrild worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegrild zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegrild worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegrild zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gegrild verleden tijd, deelwoord
gegrild te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegrild zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gril gebiedende wijs
grilde verleden tijd
grille aanvoegende wijs
grillend onvoltooid, deelwoord
had gegrild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegrild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegrild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegrild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegrild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegrild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegrild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegrild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegrild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegrild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegrild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegrild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegrild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegrild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegrild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te grillen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegrild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen grillen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gegrild hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegrild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegrild hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal grillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal grillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal grillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gegrild hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegrild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegrild hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou grillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou grillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou grillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegrild hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegrild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegrild hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden grillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden grillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden grillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegrild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt grillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegrild hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegrild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegrild hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen grillen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen grillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen grillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen grillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegrild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult grillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord gril

Woordfamilie van grillen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegrild voltooid deelwoord grillen
gegrilde woordvorm grillen
grilde verleden tijd grillen
grilden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon grillen
grillend onvoltooid deelwoord grillen
grillende woordvorm grillen
grilt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon grillen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grillen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over grillen

Hoe spreek je grillen uit?
De uitspraak van grillen is: /ˈɣrɪlə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent grillen?
Grillen is een werkwoord. Het woord betekent: bruinen en braden op een open rooster (grill) boven een warmtebron. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je grillen?
Je vervoegt grillen als volgt: de tegenwoordige tijd is gril, de verleden tijd is grilde en het voltooid deelwoord is gegrild. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op grillen?

Op grillen rijmen 19 woorden, onder andere willen, billen en trillen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op grillen, uitspraak ˈxrɪlən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
willen 2
billen 2
trillen 2
verspillen 3
verschillen 3
pillen 2
gillen 2
stillen 2
chillen 2
verstillen 3
antillen 3
bacillen 3
concentratiepillen 6
daterapepillen 4
elektronenschillen 6
krokodillen 4
mannenpillen 4
premieverschillen 5
prijsverschillen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord grillen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. R 2
  3. I 1
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

grillen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. R 2
  3. I 2
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

grillen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

grillen in het kort

grillen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van grillen zijn 42 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort grillen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

grillen: bruinen en braden op een open rooster (grill) boven een warmtebron
Deel grillen — standaardnederlands.nl