eikel
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈɛɪkəɫ/Betekenis
- vrucht van de eik|eikenboom
- top van de penis
- dom persoon; sufferd, zak (sinds de jaren 1960)
Hoe spreek je eikel uit?
/ˈɛikəl/
Eikel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛi | trein |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- vrucht van de eikenboom
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eikels | meervoud |
| eikeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| eikeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eikelen
- gebiedende wijs van eikelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eikelen
Vervoeging van eikel
eikelhele werkwoord
Herkomst
[1] van Middelnederlands eikel, verkleinvorm van eik met het achtervoegsel -el, in de betekenis van ‘vrucht van de eikenboom’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van eikel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eikeltje | verkleinwoord | eikel |
| eikeltjes | verkleinwoord meervoud | eikel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eikel zijn vastgelegd.