eikenhout
zelfstandig naamwoordBetekenis
- hout afkomstig van de eik waar veel meubels van gemaakt zijn
zelfstandig naamwoord — neuter
- eikenbos, eikenwoud
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eikenhoutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| eikenhoutjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van eik en hout met het invoegsel -en-
Woordfamilie van eikenhout
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eikenhoutje | verkleinwoord | eikenhout |
| eikenhoutjes | verkleinwoord meervoud | eikenhout |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eikenhout zijn vastgelegd.