drink
werkwoord, zelfstandig naamwoord drɪŋkBetekenis
- gebruik van alcoholische drank
- gelegenheid waarbij genodigden elkaar informeel ontmoeten en een of meer glazen met onverwarmde dranken krijgen aangeboden; oorspronkelijk ging het hierbij om alcoholische dranken
- vloeistof die mensen voor hun genoegen, los van een maaltijd onverwarmd tot zich nemen; oorspronkelijk ging het hierbij om alcoholische dranken
- glas met vloeistof die mensen voor hun genoegen, los van een maaltijd onverwarmd tot zich nemen
- drankje
- drinken
Hoe spreek je drink uit?
/drɪŋk/
Drink bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| k | kat |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van drinken
- gebiedende wijs van drinken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van drinken
Vervoeging van drink
drinkhele werkwoord
Herkomst
ww: drinken ww zonder de uitgang -en
Woordfamilie van drink
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| drinkje | woordvorm | drink |
| drinkjes | meervoud | drink |
| drinks | meervoud | drink |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drink zijn vastgelegd.