doek
zelfstandig naamwoord ˈdukBetekenis
- een lap stof, bijvoorbeeld voor het poetsen of stof afnemen
- materiaal waaruit 1, 3 en 4 vervaardigd worden
- een stuk, meestal opgespannen materiaal waarop men een beeld schildert, ofwel het schilderij zelf
- een stuk materiaal dat als gordijn gebruikt wordt om een toneel aan het zicht van het publiek to onttrekken
- een doek om beelden op te projecteren, een projectiescherm
Hoe spreek je doek uit?
/ˈduk/
Doek bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| u | boek |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- lap stof, bijvoorbeeld voor het poetsen of stof afnemen masculine
- of textiel waaruit [1], [3] en [4] vervaardigd worden masculine, neuter
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] | canonical |
| doeken | enkelvoud |
| doekje | verkleinwoord |
| doekjes | verkleinwoord, enkelvoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor apen uit het geslacht Pygathrix (behorend tot de meerkatachtigen), die enkel voorkomen in Laos, Vietnam en de Chinese provincie Hainan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doeks | enkelvoud |
Herkomst
via Frans douc van Vietnamees dộc
Woordfamilie van doek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doeken | enkelvoud | doek |
| doekje | verkleinwoord | doek |
| doekjes | verkleinwoord | doek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doek zijn vastgelegd.