voorhang
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- gordijn dat dient om twee ruimtes van elkaar af te scheiden
- controleprocedure voor het parlement bij het delegeren van de wetgevende bevoegdheid zoals bij een Algemene Maatregel van Bestuur of een Ministeriële regeling
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voorhangen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorhangen
Vervoeging van voorhang
voorhanghele werkwoord
Herkomst
naamwoord van handeling van voorhangen