verdoeken
werkwoordBetekenis
- een oud schilderijk op nieuw doek overbrengen
Vervoeging van verdoeken
verdoekenhele werkwoord — verdoekteverleden tijd enkelvoud — verdoektenverleden tijd meervoud — verdoektvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verdoek | verdoekte |
| jij | verdoekt | verdoekte |
| hij, zij, het | verdoekt | verdoekte |
| wij | verdoeken | verdoekten |
| jullie | verdoeken | verdoekten |
| zij | verdoeken | verdoekten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verdoekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verdoekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verdoekt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verdoekt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verdoekt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verdoekt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verdoekt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verdoekt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verdoekt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verdoekt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verdoekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verdoekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verdoekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verdoekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verdoekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verdoekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verdoekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verdoekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdoekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verdoekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdoekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verdoekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verdoekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdoekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdoekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verdoekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verdoekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verdoekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verdoeken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verdoeken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdoek | gebiedende wijs |
| verdoeke | aanvoegende wijs |
| verdoekend | onvoltooid, deelwoord |
| verdoekt | verleden tijd, deelwoord |
| verdoekt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdoekt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdoekt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdoekt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdoekt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdoekt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdoekt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdoekt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdoekt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdoekt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdoekte | verleden tijd |
| waart verdoekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdoekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verdoekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdoekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verdoekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verdoekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verdoekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verdoekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verdoekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verdoekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verdoekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verdoekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verdoekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verdoekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verdoekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verdoekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verdoekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verdoekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verdoekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verdoekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verdoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verdoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verdoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verdoekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdoekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verdoekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verdoekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdoekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verdoekt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdoekt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verdoekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verdoekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verdoekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verdoekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verdoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verdoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verdoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verdoekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdoekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdoekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verdoekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdoekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verdoekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdoekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdoekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdoekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verdoekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdoekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdoekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdoekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdoekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdoekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdoekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdoekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdoekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verdoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verdoekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdoekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdoekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verdoeken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verdoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verdoekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdoekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdoekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdoekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdoekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdoekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdoekt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdoekt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdoekt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verdoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verdoekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdoekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdoekt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afleiding van doek met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verdoeken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verdoek | gebiedende wijs | verdoeken |
| verdoeke | aanvoegende wijs | verdoeken |
| verdoekend | onvoltooid deelwoord | verdoeken |
| verdoekende | woordvorm | verdoeken |
| verdoekt | voltooid deelwoord | verdoeken |
| verdoekte | verleden tijd | verdoeken |
| verdoekten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verdoeken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdoeken zijn vastgelegd.