Bijbelboek
zelfstandig naamwoord ˈbɛibəlˌbukBetekenis
- één van de delen van de Bijbel
Hoe spreek je Bijbelboek uit?
/ˈbɛibəlˌbuk/
Bijbelboek bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛi | trein |
| ə | de |
| l | land |
| u | boek |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- elk van de werken die een zelfstandig onderdeel vormen van het heilige boek van de christenen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Bijbelboeken | meervoud |
| bijbelboek |
Herkomst
samenstelling van Bijbel zn en boek zn , geschreven met een hoofdletter volgens spellingregel 16.P onder (3) Weblink bron Team Taaladvies “bijbel / Bijbel” (16 april 2014) op vlaanderen.be
Woordfamilie van Bijbelboek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Bijbelboeken | meervoud | Bijbelboek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van Bijbelboek zijn vastgelegd.