doekoen
zelfstandig naamwoord ˈdukunBetekenis
- (Nederlands-Indië) beoefenaar van de volksgeneeskunde
Hoe spreek je doekoen uit?
/ˈdukun/
Doekoen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| u | boek |
| k | kat |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- beoefenaar van de volksgeneeskunde
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doekoens | meervoud |
Herkomst
van Indonesisch of Javaans dukun
Woordfamilie van doekoen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doekoens | meervoud | doekoen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doekoen zijn vastgelegd.