boek
zelfstandig naamwoord, werkwoord bukBetekenis
- een ingebonden bundel bedrukte of beschreven vellen papier
- deel van een groter geschrift
- boeken: de administratie
- buik
boek in een zin
- Ze las het boek in één avond uit.
- In het derde boek van die reeks komt hij terug.
- De accountant vroeg om inzage in de boeken.
Hoe spreek je boek uit?
/buk/
Boek bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| u | boek |
| k | kat |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boeken | meervoud |
| boekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boekjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boeken
- gebiedende wijs van boeken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boeken
Vervoeging van boek
boekhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘leesboek’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van boek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boekje | verkleinwoord | boek |
| boekjes | verkleinwoord meervoud | boek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boek zijn vastgelegd.