zoek
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, werkwoord, zelfstandig naamwoord zukBetekenis
- alleen predicatief: niet terug te vinden
- toestand waarin men iets probeert te vinden (alleen nog in vaste verbindingen)
Hoe spreek je zoek uit?
/zuk/
Zoek bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| u | boek |
| k | kat |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
bijwoord
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zoeken
- gebiedende wijs van zoeken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zoeken
Vervoeging van zoek
zoekhele werkwoord
zelfstandig naamwoord — masculine
- toestand waarin men iets probeert te vinden
Herkomst
ww: zoeken ww zonder de uitgang -en