Naar de inhoud

contrasteren

een tegenstelling vormen

contrasteren

werkwoord

Betekenis

  1. een tegenstelling vormen
  2. in tegenstelling brengen

Vervoeging van contrasteren

contrasterenhele werkwoord — contrasteerdeverleden tijd enkelvoud — contrasteerdenverleden tijd meervoud — gecontrasteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik contrasteer contrasteerde
jij contrasteert contrasteerde
hij, zij, het contrasteert contrasteerde
wij contrasteren contrasteerden
jullie contrasteren contrasteerden
zij contrasteren contrasteerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
contrasteer gebiedende wijs
contrasteerde verleden tijd
contrastere aanvoegende wijs
contrasterend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gecontrasteerd verleden tijd, deelwoord
gecontrasteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecontrasteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecontrasteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecontrasteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecontrasteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecontrasteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecontrasteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecontrasteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecontrasteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecontrasteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecontrasteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecontrasteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecontrasteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecontrasteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecontrasteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecontrasteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecontrasteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te contrasteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecontrasteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen contrasteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal contrasteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal contrasteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal contrasteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecontrasteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecontrasteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecontrasteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou contrasteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou contrasteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou contrasteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecontrasteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecontrasteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecontrasteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden contrasteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden contrasteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden contrasteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecontrasteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecontrasteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecontrasteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt contrasteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecontrasteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen contrasteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen contrasteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen contrasteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen contrasteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecontrasteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecontrasteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecontrasteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult contrasteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecontrasteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse contraster (met het voorvoegsel con- en met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van contrasteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
contrasteer gebiedende wijs contrasteren
contrasteerde verleden tijd contrasteren
contrasteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon contrasteren
contrasteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon contrasteren
contrastere aanvoegende wijs contrasteren
gecontrasteerd voltooid deelwoord contrasteren
gecontrasteerde woordvorm contrasteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van contrasteren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over contrasteren

Wat is de betekenis van contrasteren?
Contrasteren is een werkwoord. De betekenis is: een tegenstelling vormen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik contrasteren?
Zo vervoeg je contrasteren zo: de tegenwoordige tijd is contrasteer, de verleden tijd is contrasteerde en het voltooid deelwoord is gecontrasteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord contrasteren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. R 2
  6. A 1
  7. S 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

contrasteren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. R 2
  6. A 1
  7. S 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 21 zonder bonus
  14. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

contrasteren in het kort

contrasteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van contrasteren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort contrasteren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

contrasteren: een tegenstelling vormen
Deel contrasteren — standaardnederlands.nl