Boekenweek
eigennaam ˈbukə(n)ˌwekBetekenis
- periode van omstreeks een week waarin getracht wordt het lezen (en kopen!) van boeken te bevorderen
Hoe spreek je Boekenweek uit?
/ˈbukənˌwek/
Boekenweek bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| u | boek |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| w | quiz |
| e | veel |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (eigennaam)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Boekenweekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| Boekenweekjes | verkleinwoord, meervoud |
| Boekenweekjes | verkleinwoord, bezittelijk |
| Boekenweeks | bezittelijk |
| Boekenweken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van boek zn en week zn met het invoegsel -en- , geschreven met een hoofdletter volgens spellingregel 16.L
Woordfamilie van Boekenweek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Boekenweekje | verkleinwoord | Boekenweek |
| Boekenweekjes | verkleinwoord, possessive | Boekenweek |
| Boekenweken | meervoud | Boekenweek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van Boekenweek zijn vastgelegd.