bakken
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈbɑkə(n)Betekenis
- voedsel bij hoge temperatuur in een oven of pan verhitten, meestal met wat olie of boter
- klei of aarde sterk verhitten om er stenen voorwerpen van te maken
- voor een examen zakken
Hoe spreek je bakken uit?
/ˈbɑkən/
Bakken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bakken
bakkenhele werkwoord — gebakkenvoltooid deelwoord
werkwoord
- zonder succes examen doen ergative, informal
Vervoeging van bakken
bakkenhele werkwoord — gebaktvoltooid deelwoord
Alle 2 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bakte | verleden tijd |
| gebakt | verleden tijd, deelwoord |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bak
Woordfamilie van bakken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bakke | woordvorm | bakken |
| bakkend | woordvorm | bakken |
| bakkende | woordvorm | bakken |
| bakt | woordvorm | bakken |
| biek | woordvorm | bakken |
| gebakt | voltooid deelwoord | bakken |
| gebakte | woordvorm | bakken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bakken zijn vastgelegd.