zwam
zelfstandig naamwoord, werkwoord zwɑmBetekenis
- schimmel in hun bestaan afhankelijk van andere organismen
Hoe spreek je zwam uit?
/zwɑm/
Zwam bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| m | maan |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- organisme dat bestaat uit een netwerk van draadjes dat op andere organismen groeit, soms zichtbaar in de vorm van een verkleuring, vlokken of paddenstoelen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwammen | meervoud |
| zwammetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zwammetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwammen
- gebiedende wijs van zwammen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwammen
Vervoeging van zwam
zwamhele werkwoord
Herkomst
van Middelnederlands swam, in de betekenis van ‘spons, paddenstoel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477
Woordfamilie van zwam
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwammetje | verkleinwoord | zwam |
| zwammetjes | verkleinwoord meervoud | zwam |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwam zijn vastgelegd.