program
zelfstandig naamwoord proˈɣrɑmBetekenis
- overzicht van voorgenomen activiteiten in de toekomst (ook: document met zo'n overzicht)
- geheel van uitgangspunten en doelstellingen die men wil bereiken (ook: document met een beschrijving daarvan)
- programma
- programma, plan; een vooraf ongesteld plan van acties of bezigheden.
- programma, computerprogramma, applicatie
- harmonogram, koncept
- aplikace, software
Hoe spreek je program uit?
/proˈxrɑm/
Program bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| o | boot |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- overzicht van voorgenomen activiteiten in de toekomst
- geheel van uitgangspunten en doelstellingen die men wil bereiken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| programmetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| programmetjes | verkleinwoord, meervoud |
| programs | meervoud |
Herkomst
van Duits Programm zn , in de betekenis "tekst waarin onderdelen van een activiteit in de toekomst worden opgesomd" aangetroffen vanaf 1796 (zie vindplaats hieronder)
Woordfamilie van program
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| programmetje | verkleinwoord | program |
| programmetjes | verkleinwoord meervoud | program |
| programs | meervoud | program |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van program zijn vastgelegd.