stormram
zelfstandig naamwoord ˈstɔrᵊmˌrɑmBetekenis
- (in een belegering) een toestel, balk, stootblok, e.d. om de poort van een vesting open te beuken
- grote stevige paal om een deur in te rammen
Hoe spreek je stormram uit?
/ˈstɔrəmˌrɑm/
Stormram bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| ə | de |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een toestel, balk, stootblok, e.d. om de poort van een vesting open te beuken
- iets waarmee men een opening of bekentenis kan forceren figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stormrammen | meervoud |
| stormrammetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stormrammetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van storm ww en ram zn als leenvertaling van Latijn aries
Woordfamilie van stormram
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stormrammen | meervoud | stormram |
| stormrammetje | verkleinwoord | stormram |
| stormrammetjes | verkleinwoord meervoud | stormram |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stormram zijn vastgelegd.