buikzwam
zelfstandig naamwoord ˈbœykswɑmBetekenis
- zwam bestaande uit een ronde tot eivormige zak waarvan de sporen zich in een gesloten vruchtlichaam ontwikkelen dat scheurt bij aanraking of wanneer het rijp is
Hoe spreek je buikzwam uit?
/ˈbœykswɑm/
Buikzwam bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| œy | huis |
| k | kat |
| s | sok |
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- zwam bestaande uit een ronde tot eivormige zak waarvan de sporen zich in een gesloten vruchtlichaam ontwikkelen dat scheurt bij aanraking of wanneer het rijp is De buikzwammen werden vroeger wel beschouwd als een taxonomische groep binnen de steeltjeszwammen, maar uit nader onderzoek bleek de onderlinge verwantschap daarvoor onvoldoende.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| buikzwammen | meervoud |
| buikzwammetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| buikzwammetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van buik zn en zwam zn
Woordfamilie van buikzwam
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| buikzwammen | meervoud | buikzwam |
| buikzwammetje | verkleinwoord | buikzwam |
| buikzwammetjes | verkleinwoord meervoud | buikzwam |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buikzwam zijn vastgelegd.