Naar de inhoud

zoekraken

in een toestand geraken dat iets niet langer terug te vinden is

zoekraken

werkwoord /'zukraːkən/

Betekenis

  1. in een toestand geraken dat iets niet langer terug te vinden is

Hoe spreek je zoekraken uit?

/ˈzukrakən/

Zoekraken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈzukrakən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
z zon
u boek
k kat
r rood
a maan
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van zoekraken

zoekrakenhele werkwoord — raakte zoekverleden tijd enkelvoud — raakten zoekverleden tijd meervoud — zoekgeraaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik raak zoek raakte zoek
jij raakt zoek raakte zoek
hij, zij, het raakt zoek raakte zoek
wij raken zoek raakten zoek
jullie raken zoek raakten zoek
zij raken zoek raakten zoek
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben zoekgeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent zoekgeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is zoekgeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is zoekgeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
raak zoek gebiedende wijs
raakte zoek verleden tijd
te zijn zoekgeraakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zoekraken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart zoekgeraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren zoekgeraakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren zoekgeraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren zoekgeraakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was zoekgeraakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was zoekgeraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was zoekgeraakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal zoekgeraakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal zoekgeraakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal zoekgeraakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zoekraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zoekraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zoekraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zoekraken bijzin, toekomende tijd
zijn zoekgeraakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn zoekgeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn zoekgeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn zoekgeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt zoekgeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zoek te raken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
zoek te zullen raken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zoek zal raken bijzin, toekomende tijd
zoek zou raken bijzin, voorwaardelijk
zoek zouden raken bijzin, voorwaardelijk
zoek zoudt raken bijzin, voorwaardelijk
zoek zullen raken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zoek zullen raken bijzin, toekomende tijd
zoek zult raken bijzin, toekomende tijd
zoekgeraakt verleden tijd, deelwoord
zoekgeraakt te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
zoekgeraakt zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
zoekraak bijzin, tegenwoordige tijd
zoekraakt bijzin, tegenwoordige tijd
zoekraakte bijzin, verleden tijd
zoekraakten bijzin, verleden tijd
zoekrakend onvoltooid, deelwoord
zou zoekgeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou zoekgeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou zoekgeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zoekraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zoekraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zoekraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou zoekraken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) zoekraken zoek zou(dt) raken bijzin, voorwaardelijk
zouden zoekgeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden zoekgeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden zoekgeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zoekraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zoekraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zoekraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden zoekraken bijzin, voorwaardelijk
zoudt zoekgeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zoekraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt zoekraken bijzin, voorwaardelijk
zullen zoekgeraakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen zoekgeraakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen zoekgeraakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zoekraken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zoekraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zoekraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zoekraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen zoekraken bijzin, toekomende tijd
zult zoekgeraakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zoekraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult zoekraken bijzin, toekomende tijd
zult/zal zoekraken zoek zult/zal raken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van zoek en raken ww

Woordfamilie van zoekraken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
raak zoek gebiedende wijs zoekraken
raakt zoek aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zoekraken
raakte zoek verleden tijd zoekraken
raakten zoek aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zoekraken
rake zoek woordvorm zoekraken
raken zoek aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon zoekraken
zoekgeraakt voltooid deelwoord zoekraken
zoekgeraakte woordvorm zoekraken
zoekraak subordinate-clause, tegenwoordige tijd zoekraken
zoekraakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd zoekraken
zoekraakte subordinate-clause, verleden tijd zoekraken
zoekraakten subordinate-clause, verleden tijd zoekraken
zoekrake with-subordinate-clause zoekraken
zoekrakend onvoltooid deelwoord zoekraken
zoekrakende woordvorm zoekraken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zoekraken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over zoekraken

Hoe spreek ik zoekraken uit?
Zo spreek je zoekraken uit: /'zukraːkən/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van zoekraken?
Zoekraken is een werkwoord. De betekenis is: in een toestand geraken dat iets niet langer terug te vinden is.
Hoe vervoeg ik zoekraken?
Zo vervoeg je zoekraken zo: het voltooid deelwoord is zoekgeraakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zoekraken is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. O 1
  3. E 1
  4. K 3
  5. R 2
  6. A 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zoekraken levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. O 1
  3. E 1
  4. K 3
  5. R 2
  6. A 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zoekraken in het kort

zoekraken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van zoekraken staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort zoekraken bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

zoekraken: in een toestand geraken dat iets niet langer terug te vinden is
Deel zoekraken — standaardnederlands.nl