zoekbrengen
werkwoordBetekenis
- tijd besteden zonder specifiek doel
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van zoekbrengen
zoekbrengenhele werkwoord — bracht zoekverleden tijd enkelvoud — brachten zoekverleden tijd meervoud — zoekgebrachtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | breng zoek | bracht zoek |
| jij | brengt zoek | bracht zoek |
| hij, zij, het | brengt zoek | bracht zoek |
| wij | brengen zoek | brachten zoek |
| jullie | brengen zoek | brachten zoek |
| zij | brengen zoek | brachten zoek |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben zoekgebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent zoekgebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bracht zoek | verleden tijd |
| breng zoek | gebiedende wijs |
| er is zoekgebracht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was zoekgebracht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd zoekgebracht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt zoekgebracht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal zoekgebracht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal zoekgebracht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou zoekgebracht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou zoekgebracht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had zoekgebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had zoekgebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had zoekgebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden zoekgebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden zoekgebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden zoekgebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt zoekgebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb zoekgebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben zoekgebracht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben zoekgebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben zoekgebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben zoekgebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt zoekgebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft zoekgebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft zoekgebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is zoekgebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is zoekgebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben zoekgebracht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zoekbrengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart zoekgebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren zoekgebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren zoekgebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren zoekgebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was zoekgebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was zoekgebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was zoekgebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd zoekgebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd zoekgebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd zoekgebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden zoekgebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden zoekgebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden zoekgebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt zoekgebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word zoekgebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden zoekgebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden zoekgebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden zoekgebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt zoekgebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt zoekgebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal zoekbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zoekbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zoekbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zoekbrengen | bijzin, toekomende tijd |
| zal zoekgebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal zoekgebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal zoekgebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zoekgebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal zoekgebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal zoekgebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal zoekgebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn zoekgebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn zoekgebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn zoekgebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt zoekgebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zoek te brengen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| zoek te zullen brengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zoek zal brengen | bijzin, toekomende tijd |
| zoek zou brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoek zouden brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoek zoudt brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoek zullen brengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zoek zullen brengen | bijzin, toekomende tijd |
| zoek zult brengen | bijzin, toekomende tijd |
| zoekbracht | bijzin, verleden tijd |
| zoekbrachten | bijzin, verleden tijd |
| zoekbreng | bijzin, tegenwoordige tijd |
| zoekbrengend | onvoltooid, deelwoord |
| zoekbrengt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| zoekgebracht | verleden tijd, deelwoord |
| zoekgebracht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| zoekgebracht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| zoekgebracht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zoekgebracht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zoekgebracht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zoekgebracht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zoekgebracht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zoekgebracht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zoekgebracht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zoekgebracht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zou zoekbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zoekbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zoekbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou zoekbrengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou zoekgebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou zoekgebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou zoekgebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zoekgebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou zoekgebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou zoekgebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou zoekgebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou zoekgebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou zoekgebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) zoekbrengen zoek zou(dt) brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden zoekbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zoekbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zoekbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden zoekbrengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden zoekgebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden zoekgebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden zoekgebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zoekgebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zoekgebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zoekgebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zoekgebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden zoekgebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden zoekgebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt zoekbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt zoekbrengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt zoekgebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zoekgebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zoekgebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen zoekbrengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zoekbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zoekbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zoekbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen zoekbrengen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen zoekgebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen zoekgebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen zoekgebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zoekgebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zoekgebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zoekgebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zoekgebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen zoekgebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen zoekgebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult zoekbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van zoek en brengen
Woordfamilie van zoekbrengen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bracht zoek | verleden tijd | zoekbrengen |
| brachten zoek | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zoekbrengen |
| breng zoek | gebiedende wijs | zoekbrengen |
| brenge zoek | woordvorm | zoekbrengen |
| brengen zoek | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | zoekbrengen |
| brengt zoek | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | zoekbrengen |
| zoekbracht | subordinate-clause, verleden tijd | zoekbrengen |
| zoekbrachten | subordinate-clause, verleden tijd | zoekbrengen |
| zoekbreng | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | zoekbrengen |
| zoekbrenge | with-subordinate-clause | zoekbrengen |
| zoekbrengend | onvoltooid deelwoord | zoekbrengen |
| zoekbrengende | woordvorm | zoekbrengen |
| zoekbrengt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | zoekbrengen |
| zoekgebracht | voltooid deelwoord | zoekbrengen |
| zoekgebrachte | woordvorm | zoekbrengen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zoekbrengen zijn vastgelegd.