zaadzolder
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een verdieping in een pakhuis die gebruikt wordt voor het opslaan van zaad
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zaadzolders | meervoud |
| zaadzoldertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zaadzoldertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaad zn en zolder zn
Woordfamilie van zaadzolder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zaadzolders | meervoud | zaadzolder |
| zaadzoldertje | verkleinwoord | zaadzolder |
| zaadzoldertjes | verkleinwoord meervoud | zaadzolder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zaadzolder zijn vastgelegd.