waag
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ʋaːx/Betekenis
- plaats waar vroeger van overheidswege handelsgoederen gewogen werden, waaggebouw
- toestel om te wegen, weegschaal
Hoe spreek je waag uit?
/wax/
Waag bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| a | maan |
| x | acht |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wagen
- gebiedende wijs van wagen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wagen
Vervoeging van waag
waaghele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘weegtoestel’ voor het eerst aangetroffen in 901