laag
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord /lax/Betekenis
- iets dat zich in twee richtingen uitstrekt maar in de derde een beperkte dikte heeft
- sociale klasse
- fysiek onder iets zijn; van geringe hoogte zijn
- niet vergevorderd zijn in een rangorde of volgorde
- (geluid) met een klein aantal trillingen per tijdseenheid
- met een beperkt aanzien
- gemeen
- minder, kleiner
Hoe spreek je laag uit?
/lax/
Laag bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| a | maan |
| x | acht |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| laagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| laagjes | verkleinwoord, meervoud |
| lagen | meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- met een klein aantal trillingen per tijdseenheid
Herkomst
In de betekenis van ‘hoeveelheid die ergens tussen of boven ligt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
Woordfamilie van laag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| laagje | verkleinwoord | laag |
| laagjes | verkleinwoord meervoud | laag |
| laags | woordvorm | laag |
| laagst | woordvorm | laag |
| laagste | woordvorm | laag |
| lage | woordvorm | laag |
| lagere | woordvorm | laag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van laag zijn vastgelegd.