wond
zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord wɔntBetekenis
- een beschadiging in of aan het lichaam
- gewond
Hoe spreek je wond uit?
/wɔnt/
Wond bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
Klinkt hetzelfde als wondt.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wonden | meervoud |
| wondje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wondjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van winden
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wonden
- gebiedende wijs van wonden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wonden
Vervoeging van wond
wondhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘kwetsuur’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van wond
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wondje | verkleinwoord | wond |
| wondjes | verkleinwoord meervoud | wond |
| wonds | woordvorm | wond |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wond zijn vastgelegd.