gezond
bijvoeglijk naamwoord, werkwoord ɣəˈzɔntBetekenis
- vrij van ziektes en zeertes
- bevorderlijk voor een goede conditie
Hoe spreek je gezond uit?
/xəˈzɔnt/
Gezond bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| z | zon |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gezonde | verbogen, stellende trap |
| gezonder | onverbogen, vergrotende trap |
| gezondere | verbogen, vergrotende trap |
| gezonders | partitief, vergrotende trap |
| gezonds | partitief, stellende trap |
| gezondst | onverbogen, overtreffende trap |
| gezondste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van zonnen
Vervoeging van gezond
gezondhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘niet ziek’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van gezond
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezonder | vergrotende trap | gezond |
| gezondere | verbogen vergrotende trap | gezond |
| gezonders | partitieve vergrotende trap | gezond |
| gezonds | partitive, positive | gezond |
| gezondst | uninflected, superlative | gezond |
| gezondste | inflected, superlative | gezond |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gezond zijn vastgelegd.