Naar de inhoud

wachten

op dezelfde plaats of in dezelfde situatie blijven tot iemand komt of iets gebeurt

wachten is meer dan één woord

wachten

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈʋɑx.tə(n)/

Betekenis

  1. op dezelfde plaats of in dezelfde situatie blijven tot iemand komt of iets gebeurt
  2. zich ~ voor oppassen voor iets, zich hoeden voor iets

Hoe spreek je wachten uit?

/ˈwɑxtən/

Wachten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwɑxtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
ɑ bad
x acht
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van wachten

wachtenhele werkwoord — wachtteverleden tijd enkelvoud — wachttenverleden tijd meervoud — gewachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wacht wachtte
jij wacht wachtte
hij, zij, het wacht wachtte
wij wachten wachtten
jullie wachten wachtten
zij wachten wachtten
Alle 97 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gewacht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gewacht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gewacht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gewacht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gewacht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gewacht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gewacht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gewacht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gewacht verleden tijd, deelwoord
gewacht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewacht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te wachten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wachten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
wacht gebiedende wijs
wacht je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
wacht me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
wacht u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
wacht u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
wacht u/je , wacht je gebiedende wijs
wacht zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
wacht zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
wacht zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
wachte aanvoegende wijs
wachte zich aanvoegende wijs
wachten je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
wachten ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
wachten zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
wachtend onvoltooid, deelwoord
wachtte verleden tijd
wachtte je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
wachtte me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
wachtte u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
wachtte u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
wachtte zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
wachtte zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
wachtte zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
wachtten je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
wachtten ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
wachtten zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
zal gewacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me wachten eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal wachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich wachten derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je wachten tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich gewacht hebben verleden tijd
zich wachtend onvoltooid, deelwoord
zou gewacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen je wachten tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons wachten eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen wachten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen zich wachten derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult gewacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult u wachten tweede persoon
zult u wachten tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult wachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult zich/u wachten tweede persoon
zult zich/u wachten tweede persoon, toekomende tijd, meervoud

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord wacht

Herkomst

In de betekenis van ‘blijven’ voor het eerst aangetroffen in 1080

Woordfamilie van wachten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewacht voltooid deelwoord wachten
wachte aanvoegende wijs wachten
wachtend onvoltooid deelwoord wachten
wachtte verleden tijd wachten
wachtten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wachten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wachten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over wachten

Hoe spreek ik wachten uit?
Zo spreek je wachten uit: /ˈʋɑx.tə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van wachten?
Wachten is een werkwoord. De betekenis is: op dezelfde plaats of in dezelfde situatie blijven tot iemand komt of iets gebeurt. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik wachten?
Zo vervoeg je wachten zo: de tegenwoordige tijd is wacht, de verleden tijd is wachtte en het voltooid deelwoord is gewacht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op wachten?

In dit woordenboek rijmen 29 woorden op -achten op wachten, zoals achten, verwachten en bevrachten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op wachten, uitspraak ˈwɑxtən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
achten 2
verwachten 3
bevrachten 3
verachten 3
verkrachten 3
overnachten 4
betrachten 3
verpachten 3
versmachten 3
aandrijfkrachten 4
ambtsoverdrachten 5
ankerwachten 4
bachten 2
dachten 2
detectivegeslachten 7
detectivenachten 6
elandjachten 4
gedachten 3
hazenjachten 4
hondenwachten 4
kerstgedachten 4
misachten 3
overtuigingskrachten 6
robbenjachten 4
schapenvachten 4
vachten 2
ventilatieschachten 6
vrachten 2
wrijvingskrachten 4

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wachten is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. A 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wachten levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 127 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. A 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 19 zonder bonus
  9. 127 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

wachten telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

wachten in het kort

wachten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van wachten staan er 67 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wachten bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wachten: op dezelfde plaats of in dezelfde situatie blijven tot iemand komt of iets gebeurt
Deel wachten — standaardnederlands.nl