wachttijd
zelfstandig naamwoord ˈwɑxtɛitBetekenis
- tijd dat men wachten moet voordat iets gebeurt
Hoe spreek je wachttijd uit?
/ˈwɑxtɛit/
Wachttijd bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wachttijden | meervoud |
| wachttijdje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wachttijdjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van wacht ww en tijd
Woordfamilie van wachttijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wachttijden | meervoud | wachttijd |
| wachttijdje | verkleinwoord | wachttijd |
| wachttijdjes | verkleinwoord meervoud | wachttijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wachttijd zijn vastgelegd.