wachthuis
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gebouw waarin de bewakers of de wacht is gehuisvest of verblijft gedurende de wacht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wachthuisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wachthuisjes | verkleinwoord, meervoud |
| wachthuizen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van wacht zn en huis zn
Woordfamilie van wachthuis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wachthuisje | verkleinwoord | wachthuis |
| wachthuisjes | verkleinwoord meervoud | wachthuis |
| wachthuizen | meervoud | wachthuis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wachthuis zijn vastgelegd.