verachten
werkwoord vərˈɑxtə(n)Betekenis
- in hoge mate minachten
- trotseren
Hoe spreek je verachten uit?
/vərˈɑxtən/
Verachten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verachten
verachtenhele werkwoord — verachtteverleden tijd enkelvoud — verachttenverleden tijd meervoud — verachtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | veracht | verachtte |
| jij | veracht | verachtte |
| hij, zij, het | veracht | verachtte |
| wij | verachten | verachtten |
| jullie | verachten | verachtten |
| zij | verachten | verachtten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben veracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent veracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is veracht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was veracht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd veracht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt veracht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal veracht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal veracht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou veracht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou veracht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had veracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had veracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had veracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden veracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden veracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden veracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt veracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb veracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben veracht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben veracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben veracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben veracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt veracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft veracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft veracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is veracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is veracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben veracht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verachten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verachten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| veracht | gebiedende wijs |
| veracht | verleden tijd, deelwoord |
| veracht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| veracht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| veracht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| veracht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| veracht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| veracht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| veracht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| veracht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| veracht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| veracht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verachte | aanvoegende wijs |
| verachtend | onvoltooid, deelwoord |
| verachtte | verleden tijd |
| waart veracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren veracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren veracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren veracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was veracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was veracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was veracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd veracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd veracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd veracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden veracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden veracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden veracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt veracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word veracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden veracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden veracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden veracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt veracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt veracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal veracht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal veracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal veracht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal veracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal veracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal veracht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal veracht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn veracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn veracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn veracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt veracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou veracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou veracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou veracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou veracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou veracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou veracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou veracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou veracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou veracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden veracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden veracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden veracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden veracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden veracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden veracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden veracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden veracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden veracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt veracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt veracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt veracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen veracht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen veracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen veracht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen veracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen veracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen veracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen veracht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen veracht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen veracht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verachten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult veracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult veracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult veracht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van achten met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verachten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verachtend | onvoltooid deelwoord | verachten |
| verachtende | woordvorm | verachten |
| verachtte | verleden tijd | verachten |
| verachtten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verachten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verachten zijn vastgelegd.