bevrachten
werkwoord /bə'vrɑxtə(n)/Betekenis
- ergens vracht in- of opladen
- een overeenkomst sluiten over vervoer van goederen via een schip of vliegtuig
Hoe spreek je bevrachten uit?
/bəˈvrɑxtən/
Bevrachten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| v | vis |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bevrachten
bevrachtenhele werkwoord — bevrachtteverleden tijd enkelvoud — bevrachttenverleden tijd meervoud — bevrachtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bevracht | bevrachtte |
| jij | bevracht | bevrachtte |
| hij, zij, het | bevracht | bevrachtte |
| wij | bevrachten | bevrachtten |
| jullie | bevrachten | bevrachtten |
| zij | bevrachten | bevrachtten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bevracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bevracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bevracht | gebiedende wijs |
| bevracht | verleden tijd, deelwoord |
| bevracht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevracht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevracht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevracht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevracht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevracht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevracht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevracht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevracht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevracht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevrachte | aanvoegende wijs |
| bevrachtend | onvoltooid, deelwoord |
| bevrachtte | verleden tijd |
| er is bevracht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bevracht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bevracht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bevracht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bevracht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bevracht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bevracht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bevracht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bevracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bevracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bevracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bevracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bevracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bevracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bevracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bevracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bevracht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bevracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bevracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bevracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bevracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bevracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bevracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bevracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bevracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bevrachten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bevracht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bevrachten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bevracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bevracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bevracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bevracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bevracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bevracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bevracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bevracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bevracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bevracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bevracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bevracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bevracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bevracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bevracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bevracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bevracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bevracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bevracht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bevracht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bevracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bevracht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevracht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bevrachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bevrachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bevrachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bevracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bevracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bevracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bevracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bevracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bevracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bevracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bevrachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bevrachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bevrachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bevracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bevracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bevracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bevracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bevracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevrachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevrachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevrachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bevracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevrachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bevracht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bevracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bevracht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevracht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bevracht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bevracht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevrachten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bevrachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevrachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevrachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bevracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevracht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevrachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van vracht met het voorvoegsel be- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van bevrachten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bevracht | voltooid deelwoord | bevrachten |
| bevrachte | aanvoegende wijs | bevrachten |
| bevrachtend | onvoltooid deelwoord | bevrachten |
| bevrachtende | woordvorm | bevrachten |
| bevrachtte | verleden tijd | bevrachten |
| bevrachtten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bevrachten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevrachten zijn vastgelegd.