Naar de inhoud

achten

beschouwen, van mening zijn, houden voor

achten is meer dan één woord

achten

werkwoord, zelfstandig naamwoord /'ɑxtə(n)/

Betekenis

  1. beschouwen, van mening zijn, houden voor
  2. achting geven, een positief|positieve mening hebben over
  3. acht slaan op = letten op
  4. roeien|roeiwedstrijd tussen achtpersoonsboten (achten)
  5. van acht na voortzetsels bij tijdsaanduidingen
  6. achting geven, een positieve mening hebben over
  7. verwachten
  8. opletten

Hoe spreek je achten uit?

/ˈɑxtən/

Achten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑxtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
x acht
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van achten

achtenhele werkwoord — achtteverleden tijd enkelvoud — achttenverleden tijd meervoud — geachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik acht achtte
jij acht achtte
hij, zij, het acht achtte
wij achten achtten
jullie achten achtten
zij achten achtten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
acht gebiedende wijs
achte aanvoegende wijs
achtend onvoltooid, deelwoord
achtte verleden tijd
ben geacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geacht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geacht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geacht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geacht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geacht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geacht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geacht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geacht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geacht verleden tijd, deelwoord
geacht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geacht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geacht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geacht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geacht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geacht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geacht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geacht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geacht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geacht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te achten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen achten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal achten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal achten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal achten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geacht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geacht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou achten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou achten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou achten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geacht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geacht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geacht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden achten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden achten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden achten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geacht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geacht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geacht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt achten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geacht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen achten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen achten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen achten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen achten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geacht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geacht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geacht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult achten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geacht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord acht

zelfstandig naamwoord

  1. roeiwedstrijd tussen achtpersoonsboten (achten)
  2. datief van acht na voortzetsels bij tijdsaanduidingen

Herkomst

In de betekenis van ‘acht slaan op’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Woordfamilie van achten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
achte aanvoegende wijs achten
achtend onvoltooid deelwoord achten
achtende woordvorm achten
achtte verleden tijd achten
achtten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon achten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van achten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over achten

Hoe spreek ik achten uit?
Zo spreek je achten uit: /'ɑxtə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van achten?
Achten is een werkwoord. De betekenis is: beschouwen, van mening zijn, houden voor. In totaal staan er 10 betekenissen.
Hoe vervoeg ik achten?
Zo vervoeg je achten zo: de tegenwoordige tijd is acht, de verleden tijd is achtte en het voltooid deelwoord is geacht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op achten?

In dit woordenboek rijmen 29 woorden op -chten op achten, zoals verwachten, wachten en bevrachten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op achten, uitspraak ˈɑxtən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
verwachten 3
wachten 2
bevrachten 3
verachten 3
verkrachten 3
overnachten 4
betrachten 3
verpachten 3
versmachten 3
aandrijfkrachten 4
ambtsoverdrachten 5
ankerwachten 4
bachten 2
dachten 2
detectivegeslachten 7
detectivenachten 6
elandjachten 4
gedachten 3
hazenjachten 4
hondenwachten 4
kerstgedachten 4
misachten 3
overtuigingskrachten 6
robbenjachten 4
schapenvachten 4
vachten 2
ventilatieschachten 6
vrachten 2
wrijvingskrachten 4

Scrabble punten

Naar spel

Het woord achten is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. C 5
  3. H 4
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

achten levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. C 5
  3. H 4
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 zonder bonus
  8. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

achten telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

achten in het kort

achten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 10 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van achten staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort achten bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

achten: beschouwen, van mening zijn, houden voor
Deel achten — standaardnederlands.nl