Naar de inhoud

overnachten

ergens de nacht doorbrengen

overnachten

werkwoord ˌovərˈnɑxtə(n)

Betekenis

  1. ergens de nacht doorbrengen

Hoe spreek je overnachten uit?

/ˌovərˈnɑxtən/

Overnachten bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ˌovərˈnɑxtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
o boot
v vis
ə de
r rood
n nek
ɑ bad
x acht
t tak
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van overnachten

overnachtenhele werkwoord — overnachtteverleden tijd enkelvoud — overnachttenverleden tijd meervoud — overnachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik overnacht overnachtte
jij overnacht overnachtte
hij, zij, het overnacht overnachtte
wij overnachten overnachtten
jullie overnachten overnachtten
zij overnachten overnachtten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had overnacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overnacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overnacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overnacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overnacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overnacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overnacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overnacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overnacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overnacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overnacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overnacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overnacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overnacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overnacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overnacht gebiedende wijs
overnacht verleden tijd, deelwoord
overnacht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overnacht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overnachte aanvoegende wijs
overnachtend onvoltooid, deelwoord
overnachtte verleden tijd
te hebben overnacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te overnachten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overnachten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal overnacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overnacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overnacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overnachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overnachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overnachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou overnacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overnacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overnacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overnachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overnachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overnachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden overnacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overnacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overnacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overnachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overnachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overnachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt overnacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overnachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen overnacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overnacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overnacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overnachten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overnachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overnachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overnachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult overnacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overnachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstellende afleiding van over (bijwoord) en nacht (zelfstandig naamwoord) met het achtervoegsel -en dat een (werkwoord) vormt

Woordfamilie van overnachten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overnacht voltooid deelwoord overnachten
overnachte aanvoegende wijs overnachten
overnachtend onvoltooid deelwoord overnachten
overnachtende woordvorm overnachten
overnachtte verleden tijd overnachten
overnachtten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overnachten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overnachten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over overnachten

Hoe spreek ik overnachten uit?
Zo spreek je overnachten uit: /ˌovərˈnɑxtə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van overnachten?
Overnachten is een werkwoord. De betekenis is: ergens de nacht doorbrengen.
Hoe vervoeg ik overnachten?
Zo vervoeg je overnachten zo: de tegenwoordige tijd is overnacht, de verleden tijd is overnachtte en het voltooid deelwoord is overnacht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op overnachten?

In dit woordenboek rijmen 29 woorden op -achten op overnachten, zoals achten, verwachten en wachten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op overnachten, uitspraak ˌovərˈnɑxtən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
achten 2
verwachten 3
wachten 2
bevrachten 3
verachten 3
verkrachten 3
betrachten 3
verpachten 3
versmachten 3
aandrijfkrachten 4
ambtsoverdrachten 5
ankerwachten 4
bachten 2
dachten 2
detectivegeslachten 7
detectivenachten 6
elandjachten 4
gedachten 3
hazenjachten 4
hondenwachten 4
kerstgedachten 4
misachten 3
overtuigingskrachten 6
robbenjachten 4
schapenvachten 4
vachten 2
ventilatieschachten 6
vrachten 2
wrijvingskrachten 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overnachten is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. N 1
  6. A 1
  7. C 5
  8. H 4
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overnachten levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. N 1
  6. A 1
  7. C 5
  8. H 4
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overnachten in het kort

overnachten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van overnachten staan er 30 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort overnachten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

overnachten: ergens de nacht doorbrengen
Deel overnachten — standaardnederlands.nl