Naar de inhoud

verkrachten

iemand met geweld tot seksueel verkeer dwingen

verkrachten

werkwoord vərˈkrɑxtə(n)

Betekenis

  1. iemand met geweld tot seksueel verkeer dwingen
  2. op grove wijze schenden

Hoe spreek je verkrachten uit?

/vərˈkrɑxtən/

Verkrachten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈkrɑxtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
k kat
ɑ bad
x acht
t tak
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verkrachten

verkrachtenhele werkwoord — verkrachtteverleden tijd enkelvoud — verkrachttenverleden tijd meervoud — verkrachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verkracht verkrachtte
jij verkracht verkrachtte
hij, zij, het verkracht verkrachtte
wij verkrachten verkrachtten
jullie verkrachten verkrachtten
zij verkrachten verkrachtten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verkracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verkracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verkracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verkracht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verkracht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verkracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verkracht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verkracht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verkracht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verkracht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verkracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verkracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verkracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verkracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verkracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verkracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verkracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verkracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verkracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verkracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verkracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verkracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verkracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verkracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verkracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verkracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verkracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verkracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verkrachten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verkrachten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkracht gebiedende wijs
verkracht verleden tijd, deelwoord
verkracht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verkracht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verkracht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkracht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkracht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkracht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verkracht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verkracht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkracht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkracht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkrachte aanvoegende wijs
verkrachtend onvoltooid, deelwoord
verkrachtte verleden tijd
waart verkracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verkracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verkracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verkracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verkracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verkracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verkracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verkracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verkracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verkracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verkracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verkracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verkracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verkracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verkracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verkracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verkracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verkracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verkracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verkracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verkracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verkracht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verkrachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verkrachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verkrachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verkracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verkracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verkracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verkracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verkracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verkracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verkracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkracht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verkrachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verkrachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verkrachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verkracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verkracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verkracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verkracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verkracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkracht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verkracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verkracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkrachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verkrachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verkrachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verkracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verkracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verkracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verkrachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verkracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verkracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verkracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verkracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verkracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verkracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verkracht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verkracht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verkracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verkrachten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verkrachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verkrachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verkrachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verkracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verkracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verkracht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verkrachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van kracht met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van verkrachten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verkracht voltooid deelwoord verkrachten
verkrachte aanvoegende wijs verkrachten
verkrachtend onvoltooid deelwoord verkrachten
verkrachtende woordvorm verkrachten
verkrachtte verleden tijd verkrachten
verkrachtten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verkrachten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkrachten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verkrachten

Hoe spreek ik verkrachten uit?
Zo spreek je verkrachten uit: /vərˈkrɑxtə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van verkrachten?
Verkrachten is een werkwoord. De betekenis is: iemand met geweld tot seksueel verkeer dwingen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verkrachten?
Zo vervoeg je verkrachten zo: de tegenwoordige tijd is verkracht, de verleden tijd is verkrachtte en het voltooid deelwoord is verkracht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verkrachten?

Er staan 29 woorden in dit woordenboek die op verkrachten rijmen, waaronder achten, verwachten en wachten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verkrachten, uitspraak vərˈkrɑxtən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
achten 2
verwachten 3
wachten 2
bevrachten 3
verachten 3
overnachten 4
betrachten 3
verpachten 3
versmachten 3
aandrijfkrachten 4
ambtsoverdrachten 5
ankerwachten 4
bachten 2
dachten 2
detectivegeslachten 7
detectivenachten 6
elandjachten 4
gedachten 3
hazenjachten 4
hondenwachten 4
kerstgedachten 4
misachten 3
overtuigingskrachten 6
robbenjachten 4
schapenvachten 4
vachten 2
ventilatieschachten 6
vrachten 2
wrijvingskrachten 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verkrachten is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. R 2
  6. A 1
  7. C 5
  8. H 4
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verkrachten levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. R 2
  6. A 1
  7. C 5
  8. H 4
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 26 zonder bonus
  13. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verkrachten in het kort

verkrachten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verkrachten staan er 73 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verkrachten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verkrachten: iemand met geweld tot seksueel verkeer dwingen
Deel verkrachten — standaardnederlands.nl