gehucht
zelfstandig naamwoord /ɣəˈhʏxt/Betekenis
- een aantal bij elkaar staande huizen op het platteland qua grootte gelegen tussen een dorp en een buurtgemeenschap
Hoe spreek je gehucht uit?
/xəˈhʏxt/
Gehucht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| h | hoed |
| ʏ | put |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gehuchten | meervoud |
| gehuchtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gehuchtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘klein dorpje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1272
Woordfamilie van gehucht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gehuchten | meervoud | gehucht |
| gehuchtje | verkleinwoord | gehucht |
| gehuchtjes | verkleinwoord meervoud | gehucht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gehucht zijn vastgelegd.