drift
zelfstandig naamwoord, werkwoord drɪftBetekenis
- sterke en plotselinge opwelling van woede bijv. agressiedrift
- heftige neiging bijv. bekeringsdrift, broeddrift
- door wind of stroming veroorzaakte afwijking van de koers van een schip, afdrift, winddrift
- groep dieren bijv. zwanendrift
- weg waarlangs dieren gedreven wordt, eendendrift, schapendrift
- (Kaapkolonie) een doorwaadbare plaats waar het vee of de ossenwagen door de river gedreven kan worden
Hoe spreek je drift uit?
/drɪft/
Drift bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| f | fiets |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- sterke en plotselinge opwelling van woede, bijv. agressiedrift
- heftige neiging tot iets, bijv. bekeringsdrift, broeddrift
- groep dieren, bijv. zwanendrift
- een doorwaadbare plaats waar het vee of de ossenwagen door de river gedreven kan worden obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| driften | meervoud |
| driftje | verkleinwoord, enkelvoud |
| driftjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van driften
- gebiedende wijs van driften
Vervoeging van drift
drifthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘hartstocht’ voor het eerst aangetroffen in 1657
Woordfamilie van drift
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| driftje | verkleinwoord | drift |
| driftjes | verkleinwoord meervoud | drift |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drift zijn vastgelegd.