uitverkoop
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈœytfərˌkopBetekenis
- een gelegenheid waarbij tegen gereduceerde prijzen de oude voorraad aan de man gebracht wordt
Hoe spreek je uitverkoop uit?
/ˈœytfərˌkop/
Uitverkoop bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| f | fiets |
| ə | de |
| r | rood |
| k | kat |
| o | boot |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitverkoopje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uitverkoopjes | verkleinwoord, meervoud |
| uitverkopen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitverkopen
Vervoeging van uitverkoop
uitverkoophele werkwoord
Herkomst
samenstelling van uit en verkoop ww
Woordfamilie van uitverkoop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitverkoopje | verkleinwoord | uitverkoop |
| uitverkoopjes | verkleinwoord meervoud | uitverkoop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitverkoop zijn vastgelegd.