Naar de inhoud

uitverkopen

de hele voorraad verkopen

uitverkopen is meer dan één woord

uitverkopen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. de hele voorraad verkopen

Vervoeging van uitverkopen

uitverkopenhele werkwoord — verkocht uitverleden tijd enkelvoud — verkochten uitverleden tijd meervoud — uitverkochtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verkoop uit verkocht uit
jij verkoopt uit verkocht uit
hij, zij, het verkoopt uit verkocht uit
wij verkopen uit verkochten uit
jullie verkopen uit verkochten uit
zij verkopen uit verkochten uit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitverkocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitverkocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitverkocht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitverkocht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitverkocht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitverkocht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitverkocht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitverkocht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitverkocht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitverkocht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitverkocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitverkocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitverkocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitverkocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitverkocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitverkocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitverkocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitverkocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitverkocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitverkocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitverkocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitverkocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitverkocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitverkocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitverkocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitverkocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitverkocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitverkocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitverkopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te verkopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen verkopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal verkopen bijzin, toekomende tijd
uit zou verkopen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden verkopen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt verkopen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen verkopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen verkopen bijzin, toekomende tijd
uit zult verkopen bijzin, toekomende tijd
uitverkocht verleden tijd, deelwoord
uitverkocht bijzin, verleden tijd
uitverkocht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitverkocht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitverkocht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitverkocht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitverkocht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitverkocht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitverkocht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitverkocht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitverkocht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitverkocht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitverkochten bijzin, verleden tijd
uitverkoop bijzin, tegenwoordige tijd
uitverkoopt bijzin, tegenwoordige tijd
uitverkopend onvoltooid, deelwoord
verkocht uit verleden tijd
verkoop uit gebiedende wijs
waart uitverkocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitverkocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitverkocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitverkocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitverkocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitverkocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitverkocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitverkocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitverkocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitverkocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitverkocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitverkocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitverkocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitverkocht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitverkocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitverkocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitverkocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitverkocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitverkocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitverkocht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitverkocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitverkocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitverkocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitverkocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitverkocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitverkocht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitverkocht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitverkopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitverkopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitverkopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitverkopen bijzin, toekomende tijd
zijn uitverkocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitverkocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitverkocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitverkocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitverkocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitverkocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitverkocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitverkocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitverkocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitverkocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitverkocht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitverkocht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitverkocht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitverkopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitverkopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitverkopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitverkopen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitverkopen uit zou(dt) verkopen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitverkocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitverkocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitverkocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitverkocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitverkocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitverkocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitverkocht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitverkocht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitverkocht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitverkopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitverkopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitverkopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitverkopen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitverkocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitverkocht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitverkocht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitverkopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitverkopen bijzin, voorwaardelijk
zullen uitverkocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitverkocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitverkocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitverkocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitverkocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitverkocht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitverkocht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitverkocht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitverkocht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitverkopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitverkopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitverkopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitverkopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitverkopen bijzin, toekomende tijd
zult uitverkocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord uitverkoop

Herkomst

samenstelling van uit en verkopen

Woordfamilie van uitverkopen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
uitverkochten subordinate-clause, verleden tijd uitverkopen
uitverkoopt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitverkopen
uitverkope with-subordinate-clause uitverkopen
uitverkopend onvoltooid deelwoord uitverkopen
uitverkopende woordvorm uitverkopen
verkocht uit verleden tijd uitverkopen
verkochten uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitverkopen
verkoop uit gebiedende wijs uitverkopen
verkoopt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitverkopen
verkope uit woordvorm uitverkopen
verkopen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitverkopen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitverkopen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitverkopen

Wat is de betekenis van uitverkopen?
Uitverkopen is een werkwoord. De betekenis is: de hele voorraad verkopen.
Hoe vervoeg ik uitverkopen?
Zo vervoeg je uitverkopen zo: het voltooid deelwoord is uitverkocht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitverkopen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. V 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. K 3
  8. O 1
  9. P 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitverkopen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. V 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. K 3
  8. O 1
  9. P 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitverkopen in het kort

uitverkopen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van uitverkopen staan er 87 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort uitverkopen bij een woordfamilie van 11 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

uitverkopen: de hele voorraad verkopen
Deel uitverkopen — standaardnederlands.nl