horoscoop
zelfstandig naamwoord ˌhorɔsˈkopBetekenis
- een astrologische voorstelling van het hemelgewelf, gezien vanuit een specifieke plaats op aarde op een welbepaald moment
Hoe spreek je horoscoop uit?
/ˌhorɔsˈkop/
Horoscoop bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| o | boot |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| k | kat |
| p | pak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- voorstelling van het hemelgewelf, gezien vanuit een specifieke plaats op aarde op een welbepaald moment
- analyses als karakterbeschrijvingen of toekomstvoorspellingen, gemaakt op basis van de voorstelling van het hemelgewelf op een bepaalde plaats en tijd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| horoscoopje | verkleinwoord, enkelvoud |
| horoscoopjes | verkleinwoord, meervoud |
| horoscopen | meervoud |
Herkomst
via Frans horoscope of direct van middeleeuws Latijn horoscopus dat teruggaat op Oudgrieks ὡροσκόπος (hooroskópos) "iemand die kijkt naar tijden"; in de betekenis van ‘punt van ecliptica tijdens geboorte-uur, waaruit de toekomst blijkt’ voor het eerst aangetroffen in 1626
Woordfamilie van horoscoop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| horoscoopje | verkleinwoord | horoscoop |
| horoscoopjes | verkleinwoord meervoud | horoscoop |
| horoscopen | meervoud | horoscoop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van horoscoop zijn vastgelegd.