beloop
zelfstandig naamwoord, werkwoord bə'lopBetekenis
- een bedrag
- talud, hellend vlak
- de wijze waarop iets zich min of meer vanzelf ontwikkeld
Hoe spreek je beloop uit?
/bəˈlop/
Beloop bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| l | land |
| o | boot |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beloopje | verkleinwoord, enkelvoud |
| beloopjes | verkleinwoord, meervoud |
| belopen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van belopen
- gebiedende wijs van belopen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van belopen
Vervoeging van beloop
beloophele werkwoord
Herkomst
afgeleid van loop (stam van het werkwoord lopen) met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van beloop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beloopje | verkleinwoord | beloop |
| beloopjes | verkleinwoord meervoud | beloop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beloop zijn vastgelegd.