sloop
zelfstandig naamwoord, werkwoord /slop/Betekenis
- een stoffen omslag om een kussen
- de daad van het slopen, afbreken
- sloep
Hoe spreek je sloop uit?
/slop/
Sloop bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| l | land |
| o | boot |
| p | pak |
zelfstandig naamwoord
- / of : een stoffen omslag om een kussen feminine, masculine, neuter
- : de daad van het slopen, afbreken masculine
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slopen
- gebiedende wijs van slopen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slopen
Vervoeging van sloop
sloophele werkwoord
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van sluipen
Vervoeging van sloop
sloophele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘kussenovertrek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1444
Woordfamilie van sloop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sloopje | woordvorm | sloop |
| sloopjes | meervoud | sloop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sloop zijn vastgelegd.